Statistieken
- 1287 Scholen
- 13060 Klassen
- 325155 Personen
Laatst toegevoegd
| Onderwijswetten |
|
De belangrijkste onderwijswetten Ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1795) was het (lager)onderwijs in handen van de steden en de (gereformeerde) kerken. Katholieken mochten geen eigen scholen stichten. 1806 Lager Onderwijs wordt staatszaak. Lagere school is gemengd en heeft neutraal karakter. Er was openbaar onderwijs, bekostigd uit publieke middelen en bijzonder onderwijs, uitgaande van een instelling of particulieren. 1848 Grondwetsherziening van Thorbecke bepaalt dat het geven van onderwijs vrij is. Onderwijzers moeten aan bepaalde eisen voldoen. Uitwerking in: 1857 Onderwijswet bepaalt dat de overheid de openbare scholen bekostigt en dat het oprichten van bijzondere scholen - bekostigd uit eigen middelen - vrij is. 1863 Oprichting van de Hogere Burgerschool (HBS) voor middelbaar (eind)onderwijs. Het al bestaande gymnasium was de voorbereiding tot de universiteit. 1901 Leerplichtwet voor zes- tot twaalfjarigen. 1917 Grondwetsherziening regelt dat de overheid voortaan openbaar en bijzonder onderwijs bekostigt. 1919 Wet op het nijverheidsonderwijs. Tot dan toe was beroepsonderwijs voornamelijk zaak van particulier initiatief en vond veelal in de avonduren plaats. 1920 Lager-onderwijswet De Visser (uitwerking van de Grondwetsherziening van 1917) 1956 Eerste (!) Kleuteronderwijswet regelt kwaliteitseisen en bekostiging door de overheid. 1968 Mammoetwet. MAVO, HAVO en VWO vervangen (M)ULO, HBS en gymnasium. 1985 Samenvoeging van kleuter- en lagere school tot basisschool verdeeld in acht groepen voor vier- tot twaalfjarigen. 1998 Tweede Fase vervangt in het voortgezet onderwijs de vrije pakketkeuze door vier profielen. Voor volledige wetteksten klik hier.
|